Login | Register
 
Email RSS Feed Twitter Facebook YouTube

5. ACADEMIE – LICHT METEN

5. ACADEMIE – LICHT METEN

Proloog
Binnen fotografie en film heeft de term belichting een andere betekenis dan bijvoorbeeld in het theater. De belichting staat voor de hoeveelheid licht die op de film of de beeldsensor valt. De belichting is dus afhankelijk van de combinatie sluitertijd en diafragma. En dus moet deze term niet verward worden met de term verlichting, dat staat voor het licht dat je op een voorwerp zet om dit uit te lichten. De verlichting is het licht dat op een voorwerp valt, Belichten, verlichten en uitlichten het lijkt allemaal op elkaar maar het betreft iets anders.

Methodes
Een goede licht meting is de basis voor een goed beeld omdat hiermee de belichting van de beeldsensor of film wordt bepaald. Een onderbelichte opname zal geen doortekening (details) in de donkere partijen zoals de schaduw laten zien. Bij overbelichting zullen juist de details in de lichte partijen wegvallen. Wat er niet in zit kan je er bij de afwerking van het materiaal ook niet meer uitkrijgen. In dat geval is het goed te weten dat je bij negatief filmmateriaal beter kan overbelichten dan onderbelichten. Want dan krijg je ‘dikke’ negatieven die meer doortekening in de donkere partijen zal geven dan een dun negatief (onder belicht). Diamateriaal (positief) gedraagt zich anders en daarbij kan je juist beter onderbelichten dan overbelichten. De beeldsensor in een DSLR-camera kan in dit verband min of meer vergeleken worden met positief filmmateriaal (dia). Onderbelichten kan minder kwaad dan overbelichten, echter een correcte belichting is natuurlijk altijd het beste. Je kan echter bewust de keus maken om een bepaalde opname over of onder te belichten.

We gaan er in eerste instantie van uit dat je de sensor optimaal wil belichten en dus een perfecte licht meting wil doen. Er zijn grofweg gezegd twee manieren om het licht te meten. Je hebt de opvallende licht meting en de reflecterende licht meting.

Reflecterend licht
Bij het meten van gereflecteerd licht wordt het licht over het algemeen vanaf de camera positie gemeten en meet je de hoeveelheid licht dat het voorwerp(en) voor de camera reflecteert (weerkaatst). De lichtmeters die in camera’s zijn gebouwd werken volgens dit principe. Het is belangrijk te weten dat de lichtmeter in de basis uitgaat van een gemiddelde lichtwaarde die overeenkomt met het licht dat een voorwerp reflecteert dat een gemiddelde grijswaarde heeft. Dit is de grijstint die zogenaamde grijskaarten (18% grijs) hebben. En juist hierin schuilt het gevaar bij dit soort licht metingen. Bekend is het verhaal van een foto die je neemt tijdens de wintersport. Het landschap is bedekt met een witte laag sneeuw en als je dan het gereflecteerde licht meet gaat de lichtmeter er van uit dat de gemiddelde waarde overeenkomt met de grijstint midden grijs. Dus als je deze meting niet corrigeert krijg je een onder belichte opname. De omgeving moet immers wit zijn maar de lichtmeter ‘denkt’ te maken te hebben met een waarde die overeenkomt met midden grijs. En dus veranderd de maagdelijke witte sneeuw in een grijze modderpap. Omgekeerd gaat het ook mis als je een zwart voorwerp fotografeert dat voor een donkere achtergrond staat. De lichtmeter denkt nu dat de omgeving midden grijs moet zijn in plaats van diep zwart, het gevolg is een overbelichte opname (als je de meting niet corrigeert).

Je kan dit probleem heel eenvoudig opvangen door gebruik te maken van een grijskaart. Deze grijskaart hou je in de positie van het onderwerp dat je wil fotograferen en vervolgens laat je de lichtmeter de hoeveelheid licht meten die de grijskaart reflecteert. Er zijn een aantal manieren om het gereflecteerde licht te meten: Spot meting, Integraal meting en matrix meting.




De inhoud van het vervolg van dit artikel is verkrijgbaar in de vorm van een eBook dat besteld kan worden in de online winkel van HDSLR35. Koop het eBook DSLR voor Filmmakers deel 2.