Login | Register
 
Email RSS Feed Twitter Facebook YouTube

DE ZIN EN ONZIN OVER PICTURE STYLES

DE ZIN EN ONZIN OVER PICTURE STYLES

Het is misschien wel het meest besproken item als het over filmen met DSLR camera’s gaat: De Custom Picture Style. Simpel gezegd pas je met de Custom Picture Style zaken zoals het contrast en kleur verzadiging. Het heeft alles te maken met de manier waarop de camera het beeld verwerkt en ‘versleuteld’ binnen de codec waarin de opnames worden opgeslagen. Naar mijn mening wordt er op het internet veel onzin over het nut van picture styles geschreven. Let wel dit artikel berust puur op mijn visie en ervaring en ik stel daarmee niet dat mijn visie ‘heilig’ is.





De goede oude tijd
Tijdens mijn opleiding tot en mijn werk als fotograaf heb ik jaren geleden leren werken met chemische films, het ontwikkelen van films en het afdrukken van negatieven in de doka. Tijdens het maken van de opnames en tijdens het ontwikkelen van de films hield je rekening met de contrastomvang waarmee je tijdens de opnames te maken had. Betrof het een opname waarbij je te maken had met een grote contrastomvang dan zorgde je er voor dat je de film aangepast belichte en aansluitend aangepast ontwikkelde zodat je zachtere negatieven kreeg waarmee je doortekening in de donkere en lichte partijen kon behouden. Aan de andere kant kon je tijdens opnames met een lage contrastomvang de belichting en de ontwikkeling van de film zo aanpassen dat je hardere negatieven kreeg. Een goed voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld de foto’s die door Anton Corbijn gemaakt worden. Deze foto’s zijn onder andere te herkennen omdat ze over het algemeen ‘hard’ zijn en een hoog contrast hebben. Om dit effect te bereiken maakte Corbijn gebruik van een aangepaste manier van film ontwikkelen. Door deze aangepaste ontwikkelen verkreeg hij harde negatieven met bijkomend opvallend verschijnsel een duidelijk aanwezige korrel.


Don’t believe the hype
Met alle respect voor fanatieke en enthousiaste filmmakers maar er wordt op het internet veel onzin verspreid als het om de Custom Picture Style gaat.


Hierbij gaat het er vooral om dat men tijdens het maken van opnames en Picture Style gebruikt waarmee de contrastomvang drastisch wordt verlaagd. Dit alles met doel om tijdens de montage een grote dynamischbereik te hebben zodat er doortekening in de donkere en lichte partijen behouden kan worden. Er zijn Picture Styles beschikbaar die wat dat betreft heel extreem zijn, deze kunnen gedownload worden en luisteren naar namen zoals ‘Super Flat’ en ‘Technicolor CineStyle’.





Zelf heb ik dergelijke extreme Picture Styles meerdere keren gebruikt maar ben daar weer geheel vanaf gestapt. De vraag is immers heel simpel: waarom zal je tijdens en opname waarbij je te maken hebt met een lage contrastomvang dit contrast nog verder verlagen? Als je tijdens en opname te maken hebt met een contrastomvang van vijf stops dan zijn deze extreme Picture Styles een zware over-kill en ze zullen de beeldkwaliteit zelfs negatief beïnvloeden. Aan de andere kant kan het gebruik van deze extreme Picture Styles wel bruikbaar zijn als je te maken hebt met een contrastomvang van bijvoorbeeld negen over meer stops. Het gebruik van extreme Custom Picture Styles gaat dus geheel mis als je deze klakkeloos tijdens elke opname gebruikt. Je moet de benodigde kennis over zaken zoals contrastomvang en (goede) lichtmetingen hebben om goed gebruik te kunnen maken van deze Picture Styles.


Mijn advies
Blijf weg bij extreme Picture Styles als je geen voldoende kennis over contrastomvang en meting hebt. Gebruik liever de Style waarbij je een eigen custom preset aanmaakt die elders in de ‘Filmschool’ behandeld wordt (scherpte helemaal omlaag, contrast geheel omlaag en kleurverzadiging één of twee streepjes omlaag). Je kan met een beetje inzicht wel een aardige schatting maken over het contrast tijdens een opname of nog beter je kan het contrast meten. Blijkt het contrast hoger dan zes stops te zijn dan zou je aan de slag kunnen met Picture Styles zoals ‘Super Flat’ en ‘Technicolor Cinestyle’.





Contrastmeting
Elders op deze website wordt uitgebreid geschreven over het meten van licht. In dit artikel een hele simpele omschrijving van een contrastmeting:
– Meet de helderste vlakken in het beeld. Dit zijn dus bijvoorbeeld witte voorwerpen, gebruik hierbij witte voorwerpen die logischerwijs nog niet uitgebrand zijn. Het heeft geen zin om rechtstreeks het licht van de zon te meten. Hou je camera vlak bij een wit voorwerp in het beeld en meet het licht. Noteer of onthoud deze belichtings-waarde (sluitertijd, ISO/ASA en/of diafragma-waarde).
– Meet vervolgens een donker onderdeel binnen het beeld, dit kan bijvoorbeeld een schaduwzijde binnen het beeld zijn. Dus een donkere partij die tijdens de opname nog net doortekening zal moeten geven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het loopvlak van een autoband die in de schaduw van een wielkast zit. Noteer of onthoud deze belichtingswaarde.
– Bepaald nu hoeveel stops verschil er tussen de lichte en donkere partijen zit. Dit verschil vertaal je in stops, bij een buitenopname waarbij de lucht betrokken is en er geen direct zonlicht in beeld is kan je bijvoorbeeld op een contrastomvang van vijf-zes stops uitkomen. Als het contrast maximaal zes of zeven stops is dan maak je gebruik van de normale Custom Picture Style die jezelf kan aanmaken. Is het contrast echter hoger dan kan je overstappen op extremere Picture Styles. Vanaf een contrastomvang van acht stop en meer zijn de extreme picture styles aan te raden.