Login | Register
 
Email RSS Feed Twitter Facebook YouTube

ROLLING SHUTTER

ROLLING SHUTTER

Rolling Shutter / Jello Effect

Het Rolling Shutter effect dat vaak ook het Jello effect wordt genoemd is een vervelende zaak waar je tijdens het filmen met een DSLR-camera tegenaan zal lopen. Het ene type camera zal er meer last van hebben dan het andere type maar vrijwel iedereen zal het gaan ervaren als er gefilmd gaat worden. Het effect kan zich op verschillende manieren manifesteren.

Skew
Er is het effect waarbij het beeld scheef weg zal trekken als de camera horizontaal beweegt of als het voorwerp dat je filmt zich horizontaal verplaatst. Bij rustige bewegingen zal het effect niet of nauwelijks aanwezig zijn hoe sneller de bewegingen echter zijn hoe duidelijker het effect zichtbaar zal zijn. Verticale lijnen die recht moet zijn zullen scheef weergegeven worden. Dus als je een trein gaat filmen die met hoge snelheid voorbij rijdt dan zal je zien dat de trein scheef naar achteren weg zal trekken. Vergelijk het met een rechthoek waarvan je de bovenste horizontale lijn naar rechts trekt. Er ontstaat dan een parallellogram in plaats van een rechthoek. Je kan het effect ook goed zien bij de propeller van een vliegtuig. In plaats van dat de bladen van de propeller recht zijn zullen ze gebogen zijn en eerder de vorm van een boemerang krijgen. Op dit moment is er nog geen goede oplossing voor dit probleem gevonden. Er zijn software ontwikkelaars bezig om programma’s te ontwikkelen waarmee het effect opgeheven zou kunnen worden. Een goed werkend programma is op dit moment (juni 2010) echter nog niet beschikbaar. Het effect kan zich overigens in een andere vorm ook openbaren bij verticale bewegingen.

Wobble
Als je dit effect voor het eerst ziet denk je dat je een hallucinerend middel hebt gebruikt. Het effect doet zich voor als je met een lange lens (lang brandpunt) een opname uit de hand maakt. In dat geval zal het heel moeilijk zijn om de camera stil te houden en het zal al heel snel gebeuren dat er kleine maar zeer storende bewegingen zullen optreden. Deze bewegingen uiten zich niet alleen als een beeld dat niet stil staat, veel hinderlijker is het wobble effect. Hierbij lijken alle lijnen van elastiek en zijn niet zoals bij het skew effect scheefgetrokken maar de lijnen lopen golvend door het beeld. Je kan dit effect tegengaan door de camera op een statief te zetten of door alleen uit de hand te schieten met een lens met een korte brandpunt afstand, denk hierbij aan een lens van ongeveer 50mm.

Ongelijke belichting
Dit is een effect dat je niet snel tegen zal komen omdat het een effect is dat zich alleen onder bijzonder uitzonderlijke situaties voor zal doen. Mensen die ooit met flitsapparatuur hebben gewerkt en daarbij de fout hebben gemaakt om met een te korte sluitertijd te fotograferen weten dat de flits in sommige gevallen langer kan duren dan dat de sluiter open is. En dus wordt het beeld niet goed belicht. Een(omgekeerd) vergelijkbaar effect kan zich voordoen bij het filmen van een lichtflits die heel kort maar zeer intens is in combinatie met een lange sluitertijd.

Stel dat je een lange sluitertijd gebruikt en zich in het beeld een hele korte intense lichtflits voordoet (bliksem, strobe-licht). Het bovenste deel van de sensor en daarmee het beeld kan dan belicht worden met de lichtflits terwijl het onderste deel van de sensor belicht wordt terwijl het flitslicht al weer is uitgedoofd.


Hoe komt dat nou?
De bovengenoemde effecten zijn allen een gevolg van de manier waarop de beeldsensor het beeld opbouwt. In dit geval is het belangrijk om jezelf te realiseren dat een DSLR-camera in de basis is ontworpen als fotocamera en niet als filmcamera. Het beeld wordt binnen de sensor vanaf de linker bovenhoek naar de rechter onder hoek opgebouwd. Waarbij de lijnen horizontaal worden weg geschreven. Deze lijnen lopen onder een kleine hoek iets af naar rechts beneden. Bij het PAL systeem dat wij gebruiken wordt bij het full HD formaat (interlaced) een beeld opgebouwd uit 1080 lijnen. De bovenste lijn is de eerste beeldlijn, aangezien het beeld van boven naar beneden wordt opgebouwd zal de laatste beeldlijn letterlijk een x-tijd later geschreven worden dan de eerste beeldlijn. En juist hierin schuilt het probleem van de rolling shutter.

Stel je filmt de eerder genoemde trein die met hoge snelheid voorbij rijdt. De eerste lijn wordt geschreven op het moment dat de trein zich op een bepaald punt bevind. Als de laatste lijn wordt geschreven heeft de trein zich echter al verplaatst en dus zal de trein zich ook op het beeld op een ander punt bevinden. Kortom het probleem ontstaat omdat niet elk punt binnen een beeld op dezelfde tijd wordt opgenomen en het dus kan gebeuren dat en voorwerp zich tijdens het schrijven van het beeld al verplaatst heeft.

En wat nu?
Helaas het is een probleem waar je mee moet leren werken, lees omheen moet leren werken. In de toekomst komen er vrijwel zeker camera’s opd e markt waarin dit probleem is ondervangen. Het heeft immers alles te maken met de keuze voor een bepaalde beeldsensor.